Nieuw regime btw voor rechtspersonen-bestuurders vanaf 01/06/2016

05/04/2016

Rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar mochten in het verleden kiezen om zich al of niet voor btw te registreren en om hun handelingen aan de btw te onderwerpen. Wie ervoor koos om buiten de btw te blijven, werd beschouwd als een niet-belastingplichtige zonder recht op aftrek (tenzij men naast de bestuurdershandelingen nog een andere btw-activiteit verricht).

​Deze keuzemogelijkheid werd ingetrokken, wat betekende dat bestuurders-rechtspersonen zich voortaan voor btw moeten registreren en in principe btw over hun bestuurdersvergoedingen moeten afdragen.

De regeling zou in principe in werking treden op 1 januari 2015, maar werd een aantal keren uitgesteld in afwachting van een administratieve toelichting. In haar beslissing van 30 maart 2016 heeft de btw-administratie uiteindelijk haar langverwachte toelichting gepubliceerd.

​De afschaffing van de keuzemogelijkheid zal op 1 juni 2016 in werking treden.

De btw-administratie heeft rekening gehouden met een aantal verzuchtingen vanuit de praktijk en maakt melding van een aantal mogelijkheden om toch nog aan de heffing van btw te ontsnappen.

1. Oprichting btw-eenheid met versoepelde voorwaarden

Tussen de leden van een btw-eenheid moet er geen btw worden aangerekend.

In een situatie met meerdere bestuurders-rechtspersonen en een exploitatievennootschap was het dikwijls onmogelijk om te voldoen aan de verbondenheidsvoorwaarden voor het opzetten van een btw-eenheid. Die voorwaarden worden nu evenwel versoepeld. De leden worden geacht zowel financieel, organisatorisch als economisch nauw met elkaar verbonden te zijn indien volgende voorwaarden vervuld zijn: 

  • de bestuurders-rechtspersonen moeten zowel aandeelhouder als bestuurder zijn van de exploitatievennootschap;
  • de bestuurders-rechtspersonen bezitten samen rechtstreeks meer dan 50% van de stemrechten in de exploitatievennootschap;
  • er moet een overeenkomst bestaan tussen de bestuurders-rechtspersonen op grond waarvan zij er zich toe verbinden dat elke beslissing inzake de oriëntatie van het beleid van de exploitatievennootschap moet genomen worden met hun toestemming (bij unanimiteit). 


2. Vrijgestelde diensten

Het kan echter voorkomen dat de bestuurders-rechtspersonen, buiten het kader van hun statutaire opdracht van beheer, controle en leiding, ook andere diensten verlenen aan de bestuurde vennootschap. Deze andere diensten zijn mogelijks vrijgesteld van btw. In dat geval dienen elk van deze prestaties in principe afzonderlijk en zelfstandig te worden beschouwd.

De beslissing vermeldt volgende voorbeelden

  • Wanneer een verzekeringsmaatschappij een klantenportefeuille heeft ingebracht in een werkvennootschap waarvoor zij als tegenprestatie een bestuursmandaat heeft kunnen bekomen, komt het voor dat zij, niettegenstaande de overdracht van haar cliënteel, heeft onderhandeld dat zij het contact met dit cliënteel blijft onderhouden en voor dit cliënteel als tussenpersoon inzake verzekeringen zal blijven optreden. In deze veronderstelling kan de managementvennootschap naast haar vergoeding als bestuurder tevens een percentage van de door de werkvennootschap ontvangen makelaarscommissie toebedeeld krijgen als tegenprestatie voor haar tussenkomst bij het sluiten van contracten.
  • Een artsenassociatie met rechtspersoonlijkheid (bv. CVBA) die medische diensten verstrekt aan patiënten stelt een van haar leden aan als statutair bestuurder. Wanneer de arts zelf zijn geneeskundige prestaties verricht via een artsenvennootschap (bv. BVBA) verricht hij ten aanzien van de artsenassociatie zowel diensten als bestuurder als medische diensten.


Het onderscheid tussen beide verrichte diensten (dus zowel de met btw belaste bestuurdersactiviteiten als de vrijgestelde diensten) moet in beginsel objectief bepaald en geformaliseerd worden door de bestuurder-rechtspersoon. Maar wanneer die opdeling niet of niet op een objectieve wijze gebeurt dan beschouwt de administratie in de gegeven omstandigheden minimum 25% van de aan de bestuurder-rechtspersoon toegekende vergoedingen als vergoeding voor de taken als bestuurder (met btw belast).Hoogstens 75% van de vergoeding kan dan van de btw-vrijstelling genieten.
 
3. Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
 
Kleine ondernemingen met een jaaromzet onder de € 25.000 moeten zich weliswaar voor btw registreren, doch over hun handelingen is geen btw verschuldigd. Ook bestuurders-vennootschappen kunnen van deze vrijstellingsregeling genieten voor zover alle voorwaarden vervuld zijn.
 
Om de drempel van € 25.000 te berekenen wordt in principe rekening gehouden met de omzet van alle handelingen (excl. btw), met inbegrip van de meeste vrijgestelde handelingen. Zo zal een bestuurder-rechtspersoon die naast zijn bestuurdersmandaat ook prestaties van verzekeringsbemiddeling verricht met deze laatste prestaties rekening moeten houden om het drempelbedrag te berekenen.
 
Met sommige vrijgestelde handelingen moet evenwel geen rekening worden gehouden. Zo moet er o.a. geen rekening worden gehouden met omzet uit vrijgestelde medische prestaties.

---

U vindt de volledige beslissing hier: Beslissing BTW nr. E.T.127.850 d.d. 30.03.2016