Wet in wording - de verplichte verzekering voor aannemers

05/04/2016

Op 4 maart 2016 werd in een persbericht van Minister Kris Peeters aangekondigd dat "binnenkort" een wetsontwerp zou worden voorgelegd aan de Ministerraad omtrent een verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid voor architecten, aannemers en andere dienstverleners binnen de bouwsector.

De meningen over het nut van dergelijke verzekering zijn (al jaren) verdeeld.

​Einde van een lobby van bijna 10 jaar?

In 2007 werd een wettelijk verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor architecten ingevoerd (voorheen was dit "slechts" een deontologische verplichting voor architecten).

De Orde van Architecten vond dat er sprake was van discriminatie omdat aannemers, die net als de architecten een 10-jarige aansprakelijkheid dragen, niet werden onderworpen aan eenzelfde verzekeringsverplichting en trok daarvoor naar het Grondwettelijk Hof.

Het Grondwettelijk Hof heeft in het arrest van 12 juli 2007 het verzoek tot vernietiging van de Orde van Architecten verworpen omdat de opgelegde verzekeringsplicht samenhangt met de wijziging van de aansprakelijkheidsregeling voor de architecten die sinds juli 2007 immers hun beroep kunnen uitoefenen in het kader van een rechtspersoon met een afgeschermd vermogen. Het verschil in behandeling tussen aannemer en architect werd tevens verantwoord geacht door het wettelijk monopolie van de architect.

Het arrest legde wel uitdrukkelijk de bal in het kamp van de wetgever. Een van de kernoverwegingen van het Grondwettelijk Hof was immers:

Doordat architecten als enige beroepsgroep in de bouwsector wettelijk verplicht zijn hun beroepsaansprakelijkheid te verzekeren, dreigt hun aansprakelijkheid bij veroordeling in solidum meer dan die van de andere beroepsgroepen in het gedrang te komen, zonder dat voor dat verschil in behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Die discriminatie is evenwel niet het gevolg van de verzekeringsplicht opgelegd bij de bestreden wet, maar van de ontstentenis in het recht toepasselijk op de andere ‘partijen die in de bouwakte voorkomen’ van een vergelijkbare verzekeringsplicht. Dit kan slechts worden verholpen door het optreden van de wetgever.

De architecten en hun verzekeraars zijn blijven ijveren voor het invoeren van een verplichte verzekering voor aannemers en lijken na lang wachten toch gehoord te worden (mede in uitvoering van de beleidsverklaring van Minister Peeters van 2014).

De (ruwe) krachtlijnen van het wetsontwerp

De verplichte verzekering voor de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid voor aannemers en architecten zoals voorzien in het wetsontwerp betreft de stevigheid, stabiliteit en waterdichtheid van gesloten ruwbouw en is beperkt tot woningbouw en werken waarvoor de aanstelling van een architect verplicht is.

Per schadegeval is een tegemoetkoming tot maximum 500.000 euro voorzien, afhankelijk van de waarde van het gebouw. Verzekerden hebben de keuze uit een jaarpolis en een polis per project. Aannemers en overige dienstverleners mogen samen een polis afsluiten voor het geheel van de werken.

Bedenkingen bij het wetsontwerp

Nog dezelfde dag als de aankondiging van het wetsontwerp werd door de Bouwunie en de Confederatie Bouw gereageerd met een gezamenlijk persbericht.

Confederatie Bouw en Bouwunie betreuren toch de keuze van de verplichte verzekering voor aannemers als oplossing voor het probleem van de bescherming van de consument. Zij menen dat de verplichte verzekering de prijs voor het bouwen van een woning zal doen stijgen, hetgeen zowel aannemers als consumenten niet zou wensen. Bouwunie en Confederatie Bouw vinden dat stelsels zoals borgstelling of waarborgfonds goedkopere alternatieven zouden kunnen aanbieden voor de consumenten, wat evenwel ook in de wet wordt voorzien.

In het verleden werd er al op gewezen dat een aannemer misschien minder geneigd zal zijn probleemoplossend tussen te komen en de voorgehouden fout uit handen zal (moeten) geven aan zijn verzekeraar waardoor de klant waarschijnlijk niet beter en sneller zal geholpen worden.

Wordt vervolgd...

Het wetsontwerp werd voorlopig niet aan de Ministerraad voorgelegd.